Hildo's Zwartkruit
Vóór de schoten moet er gegoten!

 Back to Zwartkruit Index 

 

7 oktober 2006. Een .457 kogelgiettang!

Het is zover, Hildo gaat ronde kogels gieten voor de Dragoon revolver. Hij heeft een Lee (aluminium) giettang in het kaliber .457 aangeschaft voor 42 Euro en er komen twee kogels tegelijk uit. De stalen uitvoering van RCBS, die langer schijnt mee te gaan, is twee keer zo duur dus dat maar even niet. Een zakje met 100 kogels kost 10 Euro dus u hoeft geen rekenwonder te zijn om te weten dat Hildo 420 kogels moet gieten om kiet te spelen. Elke kogel die daarna uit de giettang valt is winst. Hildo heeft nog een hele lading gratis nieuw daklood, vast wel 20 kilo, en laat dat nu net goed zijn om de zachte kogels te gieten die perfect zijn voor zwartkruit gebruik. Een mooie elektrische gietoven met thermostaat is tamelijk duur, ruim over de 100 Euro, dus gaat Hildo het op de ouderwetse manier proberen. In een pannetje op een paar bakstenen met een houtvuurtje er onder. Kost verder niets dus. Benieuwd of dit lukt? Hildo ook! De theorie kent hij al. Zie hier beneden.

Bij de groene pijlen zitten een plaat met een soort trechtertjes. Het gesmolten lood dient daarin gegoten te worden. De tang moet voorverwarmd zijn, poosje in het gesmolten lood houden (Edit: De tang niet in het gesmolten lood houden, het lood krijgt u er naderhand zeer slecht weer volledig af! Gewoon beginnen met gieten, de tang komt al snel op temperatuur), zodat de kogels niet stollen voordat het lood goed in de mal gevloeid is. Gewoon lekker doorgieten en de tang blijft op temperatuur.

Nadat het lood gestold is met een ferme tik de zwarte schuif openslaan. Daarmee snijdt u de kogel aan de bovenzijde precies af.

Tang openen en de kogels eruit schudden of kloppen en op een zachte doek laten vallen zodat het nog hete en zachte lood niet vervormt en de kogel perfect rond blijft.

Belangrijk: In verband met de knap giftige looddampen nooit binnen gieten en altijd zo staan dat de looddampen van u wegwaaien. Ook belangrijk is onreinheden die naar boven komen drijven van het lood af te scheppen, vooral van toepassing op gebruikt lood. Het laten bovendrijven van de ongewenste rommel wordt fluxen genoemd. Naar het schijnt zijn verschillende middeltjes hiervoor te gebruiken. U kunt duur Flux kopen, goedkope bijenwas erin gooien of ook wel een kaars erin dopen. Hildo gaat voor de kaars want hij heeft hij nog wel eentje liggen.

Zo. Dit is de theorie van het kogels gieten. Of de praktijk net zo makkelijk is zal Hildo binnenkort aan den lijve ondervinden.

 

D) Het lood is gesmolten. Het valt Hildo op dat er zich een soort van drab vormt bovenop het gesmolten lood. Dit schuift hij aan de kant met de juslepel. Daaronder zit prachtig zilverkleurig glimmend fris lood. Perfect om te gieten lijkt het. Fluxen, om de onreinheden in het lood eruit te krijgen, heeft Hildo overigens tijdens het hele gietproces niet gedaan. Het leek niet nodig want telkens vormde zich vanzelf een nieuw laagje drab bovenop het gesmolten lood wat Hildo vervolgens weer weg schepte alvorens verder te gaan met gieten.

 

F) Het gieten in volle gang. Het lijkt simpel, en dat is het ook. U neemt een schep lood en giet het grofweg bovenop de giettang. Het lood loopt naar binnen en de twee kogels binnenin de giettang zijn een feit. Hildo heeft voordat het gieten begon zijn tang een poosje naast het vuur op gloeiende houtskool gehad om de tang op temperatuur te krijgen. Belangrijk, want het lood moet goed in de mal kunnen vloeien alvorens te stollen. Als u dat niet doet, geen ramp, de tang komt vanzelf op de juiste temperatuur om goed te kunnen gieten.

 

I) Het resultaat! Twee hoogglans schitterende zilveren, vampier geschikte, kogels. Zijn ze niet fantastisch?

 

K) Tussenstand. Het resultaat lijkt verbluffend... lijkt...

 

L) Aan het einde van de gietsessie heeft Hildo zo'n 350 kogels gegoten. Genoeg voor maandenlang schietplezier. Toch blijkt niet alles halleluja want niet alle kogels zijn even goed gelukt. Gelukkig kunnen die later probleemloos weer omgesmolten worden in een volgende poging om perfecte ballen te produceren.

 

Loodgieten

Kogels op, dus lood in de pan en vuurtje stoken. Voor het eerst had Hildo bijenwas bij de hand om het lood te 'fluxen'. In het oude gebruikte gesmolten lood gooit men een stukje bijenwas, ter grootte van een erwt. Hildo gooit er twee erwten in voor de zekerheid en vervolgens omroeren. De dampen willen wel branden! Ongerechtigheden in het lood komen vervolgens bovendrijven zodat het er af geschept kan worden en u fris schoon lood overhoud om te mee te gieten.

 

Close-up van de gegoten kogels. Niet helemaal perfect, misschien de temperatuur niet helemaal goed, maar goed genoeg denkt Hildo want de maten zijn wel volgens de specificatie. Met tin als toevoeging schijnt daklood beter te vloeien. Er hoeft maar 1 1/2 tot 2% tin, gemeten in gewicht, door het lood om een goed in de mal vloeiend mengsel te krijgen heeft Hildo gelezen op de site van een professionele kogelmaker. Een optie voor de volgende keer. Hildo is er nu ook al gelukkig mee, en daar gaat het om!

 

Past niet! Snik, snotter. Hildo kijkt nu tamelijk beteuterd. Was hem nog verteld 'de kogel duw je er zo met je duim in, je hebt helemaal geen herlaadapparatuur nodig', blijkt niet waar met deze kogel. De binnendiameter van de huls is precies .50 inch en de kogel zit niet ver af van de .515 inch die hij zou moeten zijn. U snapt, net zoals Hildo zelf, ook wel dat die dikke kogel nooit zo in die huls past. Misschien als de huls afgeschoten geweest is, dat ie een beetje ruimer wordt, maar Hildo denkt niet dat het zoveel zal schelen. Veel van de kogel afhalen, moet ook weer niet anders zit de kogel straks niet lekker strak in de loop en een 50/70 kogel hoort wel .515 te zijn want die maat klopt ook wel met zijn loop. Dat heeft ie zelf, door een chocolade paaseitje door de loop te drukken, nog uitgevonden zoals u zich mogelijk zal kunnen herinneren. Allemaal wel een beetje vreemd hoor, aldus een gedeprimeerde Hildo.

 

Lee .450-200 kogelgiettang!

En weer een giettang. Deze is om kogels te gieten voor de .44 zwartkruit voorlaad revolvers. De diameter is .450" en elke kogel weegt zo'n 200 grain. Vroeger, Hildo heeft het nu over rond 1850-1860, schoot men niet meer met ronde ballen maar al met echte kogels. Zoiets als die met de hier boven zijn afgebeelde giettang gegoten kunnen worden. De cowboy van toen kon een pakje 'patronen' kopen met een kogel en los kruit in papier gewikkeld. Die werd als één geheel zo in de trommel gestopt. U raad het al... Hildo wil deze papieren patronen zelf proberen te maken.

 

De .450-200 kogel

Ze komen er iets anders uit dan Hildo in gedachten had. Deze kogel is helemaal geen .450 maar kleiner, alleen bij de onderste ring, en groter verder naar de punt. De kogel loopt als het ware een beetje taps. Natuurlijk gedaan om hem in het begin toch goed in de kamer te kunnen persen, het daarop volgende dikkere gedeelte zorgt voor een goede strakke passing. Aha, knikt Hildo goedkeurend 'Prima bedacht hoor'. Of het een beetje schiet moet eerst nog even geprobeerd worden natuurlijk. Hildo schat dat hij zo'n 100 stuks, alweer niet geheel perfect kogels, gegoten heeft. Perfecte kogels gieten valt niet mee, ach, zolang ze maar schietbaar zijn vindt hij. Hij heeft in ieder geval meer dan genoeg om deze .450-200 eens goed aan de tand te voelen.

 

 

 

 Back to Zwartkruit Index 

 

De kogelgietende mensch

A) 15 oktober 2006. De praktijk van het... kogels gieten!

De benodigdheden om zelf kogels te gieten zijn minimaal. Lood, giettang, oven, hout, juslepel en een pot. De oven was in een paar minuten klaar, en stukken goedkoper dan een elektrische gietoven. Een blik bami, waarvan de inhoud net nog genuttigd was voor de avondmaaltijd, werd gekozen als smeltpot. Hildo kan u nu al wel verklappen dat een bamiblik niet echt geschikt is. Het lood wilde niet/nauwelijks smelten. Waarschijnlijk door de beperkte oppervlakte die blootgesteld staat aan het vuur. Bamiblik is afgekeurd!

 

B) Poging twee om het lood te laten smelten met een oude soeppan.

 

C) De soeppan is OK! Met een passend deksel erop en een goed vuurtje gaat het smelten zowaar tamelijk vlot.

 

E) De drab die van het lood geschept wordt lijkt een kurkdroge bladerige substantie. Hier is niets van te gieten. Verbrand / geoxideerd lood?

 

G) Vervolgens slaat u de schuif open en de bovenkant van de kogel wordt afgesneden. Het stollen van de kogel is een kwestie van seconden dus u kunt rap doorwerken. U kunt ook beter geen pauze nemen want dan koelt uw giettang af.

 

H) De schuif is opengeslagen en de kogel afgesneden van de gietopening. Het teveel aan lood wat over de giettang gelopen is hecht niet en valt er gemakkelijk weer af. De tang blijft brandschoon.

 

J) Het gaat lekker en boven verwachting goed. De hoeveelheid vuur is belangrijk, als het niet hard genoeg gaat begint het lood te stollen. Paar stukken hout erbij, even wachten, en dan gaat het weer. Hildo let ondertussen wel goed op dat ie met z'n hoofd uit de giftige looddampen blijft, desondanks had ie hoofdpijn na afloop. Gewoon van de concentratie hoor!, aldus Hildo.

 

M) Een voorbeeld van typisch mislukte kogels. De beide helften van de kogelgiettang sloten hier niet goed op elkaar aan. Van de 350 kogels die gegoten zijn kunnen in ieder geval 50 als volledig mislukt beschouwd worden. Als Hildo de volgende keer weer gaat gieten zal hij de kogeltang smeren met kogelvet (brand niet in en laat geen resten na, zodat de tang makkelijker goed te sluiten is. Dit stond ook in de gebruiksaanwijzing, maar als je die van tevoren niet leest...

Geen vet smeren in de mal zelf waar de kogelgegoten wordt, dan schijnt niet te werken. Ook het scharnierpunt van de tang begon wat te wiebelen. Volgende keer een tangetje erbij om de moer af en toe te controleren zodat op het scharnierpunt tijdens het gieten geen speling ontstaat en altijd goed checken of de tang echt goed dicht is. Verder? Verder niets. Gieten kan iedereen, zelfs Hildo!.

 

Hildo's Lee 50/70 450 kogelgiettang!

Kijk eens aan, een close-up van het gietblok van de nieuwe kogelgiettang.

Ooohh, zegt Hildo, wat heeft deze kogel een verschrikkelijk mooie slanke klassieke stroomlijn met drie mooie subtiele vetgroeven. Een plaatje om te zien hoor! Sommige kogels zien er een beetje dom uit, en zijn zelfs helemaal plat aan de voorkant omdat dat mooie ronde gaten geeft in het papier. Dat kan wel zijn, maar Hildo is van mening dat een kogel er er ook esthetisch verantwoord uit moet zien, en dat doet deze! De diameter is .515" en hij weegt 450 grain. Dat is precies hetzelfde gewicht als wat de originele kogel van de 50/70 militaire patroon destijds ook had. Hildo wilde al wel beginnen te gieten, maar het weer werkt niet mee. Het waait tamelijk hard en dan wil het lood smelten in de tuin op een houtvuurtje niet zo goed. Nu moet Hildo nog wat hulzen en slaghoedjes hebben. Hildo heeft de bijlage van zijn verlof inmiddels terug van de politie en mag derhalve de verlofplichtige 50/70 onderdelen daarvoor nu in zijn bezit hebben.

 

Schoon lood

Zo ziet het lood er fris en fruitig uit, vind u niet? Klaar om te gieten... maar wat giet Hildo dan? Voor de eerste keer zijn nieuwe .515 kogels voor Meester Hansson, de Rolling Block, en natuurlijk ook een serie nieuwe .457 ballen voor de revolvers

 

De eerste kogels voor de 50/70 patroon vallen uit de kogelgiettang en ze lijken niet verkeerd. Maar één misbaksel, u ziet hem helemaal links op de foto. De handdoek ligt eronder om de kogels op te vangen. De kogels zijn nog heet en zacht dus voor u het weet vervormd door het vallen uit de giettang.

 

Maar liefst 4 uur is Hildo uiteindelijk met kogelgieten bezig geweest, en hierboven ziet u het resultaat. 14 kilo kogels! Links ongeveer 650 stuks .457 ballen voor de voorlaad revolvers en rechts zo'n 250 stuks .515-450 kogels (.515" diameter en 450 grain gewicht) die verschoten gaan worden in de Rolling Block. Maar voor het zover is, moet Hildo nog wel even z'n eigen patronen in elkaar zetten.

 

Lee .500-360 Minie kogelgiettang!

En nóg een kogelgiettang, want gelooft u Hildo maar... U heeft er nooit genoeg. Deze is om een .500" diameter, 360 grain zware Minie (spreek uit 'Mienjéé' te gieten. Een Minie kogel heeft een holle basis, u ziet het puntvormige object in het midden van de giettang die er voor zorgt dat de bodem hol wordt. Waarom een holle bodem in een kogel? Als u schiet zorgt de druk ervoor dat de Minie aan de onderzijde uit elkaar gedrukt wordt, en het hemd (rokje) zorgt aldus voor een perfecte gasafsluiting tussen kogel en loop. Minimaal drukverlies en maximale efficiëntie. De bekende diabolo in een luchtbuks werkt net zo. Het is wel van belang dat een Minie kogel altijd van puur lood gegoten word zodat ie mooi zacht is en het 'uitzettende hemd principe' goed werkt. Hildo is benieuwd hoe het schiet.

 

De .500-360 Minie kogel

Deze komt er goed aan de maat uit, ondanks dat ze er niet 100% perfect uitzien. Ze zijn prima in de huls te krijgen zonder gebruik van herlaad apparatuur. In een gebruikte huls die opgerekt is naar .509" zitten ze zelfs behoorlijk ruim, maar met een beetje vet ertussen blijven ze wel plakken meent Hildo. De tang giet lekker, Hildo heeft nu een stuks of 70 kogels gegoten om te proberen. Met name is de kogel makkelijk uit de tang te krijgen tijdens het gieten. U doet de mal open en hij valt er welhaast vanzelf uit. Prima.

 

Lee .50-320 REAL kogelgiettang

U weet het, hier heeft u er nooit genoeg.van. Kogelgiettangen! Vandaar deze nieuwe kogelgiettang voor de REAL (Rifling Engraved At Loading) kogel. Deze heeft Hildo overgenomen van zijn instructeur want na wat proefsessie schieten leek deze kogel de hoogste ogen te gooien in trefzekerheid met Tijgertje, Hildo's Zweedse Rolling Block.